Ziek zijn

We zijn ziek, dochterlief en ik. We liggen ieder op een bank met een dikke deken over ons heen. De salontafel is gevuld met glazen. Glazen halfvol met water en glazen met wat sap. Een bekertje joghurt staat er ongeroerd bij, er ligt al uren een cracker, en een doosje snoepjes half opgegeten. De wasmachine draait overuren met spullen waarover is overgegeven; de teiltjes staan nu naast ons. Het overkwam eerst mij, en de volgende dag mijn dochter. En ik voel er me nog schuldig over ook, want ik heb haar natuurlijk aangestoken, dat is zo klaar als een klontje. Maar ja, hoe het gekomen is weet ik net zo goed niet, als dat ik weet hoe het weer overgaat. De televisie staat al de hele dag aan; ik heb de teletubbies al wel 10x voorbij zien komen, maar ze zegt: leuk he mama dat we samen ziek zijn, kunnen we samen de teletubbies kijken. Ze is al 6 maar dat blijft leuk. Of ik een boekje voor wil lezen? Ik sleep me van mijn eigen bank af en de koude rillingen lopen over mijn lijf. Ik heb het steenkoud (niet gek met koorts, al is die van mij nog maar 39 en die van haar over de 40 graden). Ik haal mijn neus op, hoest nog eens flink en zet het verhaaltje in met schorre stem. Mama zijn valt soms niet mee, zeker niet als je ziek bent. “Vanavond lees ik het verder hoor” proest ik het nog net uit en we gaan samen weer lekker onder de dikke dekens op de bank liggen. Even een dutje doen; hopelijk is het morgen weer beter.